
Praat mee over bestaanszekerheid
Almere werkt aan een nieuwe Omgevingsvisie, waarin de toekomstvisie op de ontwikkeling van de stad tot 2050 zal worden vastgelegd.
Onze leefomgeving is de openbare ruimte waarin we wonen, werken, elkaar ontmoeten en ontspannen. Het gaat om de wijken en buurten, maar ook om winkels, voorzieningen en parken. De stad moet gezamenlijk bepalen hoe we groeien, wat we verbeteren, maar ook wat we willen behouden of beschermen.
We vragen jou en andere inwoners, ondernemers en partners om mee te praten. Dat kan in debatten die we het komend jaar samen met Avanti in Casa Casla organiseren, maar dat kan ook digitaal hier op stadsgesprekken.
Bestaanszekerheid
Bestaanszekerheid betekent dat je zekerheid hebt over de basisbehoeftes van het leven, zoals voldoende inkomen, een dak boven je hoofd, en boodschappen in je koelkast. Maar ook je gezondheid, je mentale welzijn en sociale verbondenheid zijn onderdeel van je basisbehoeftes.
Het debat over bestaanszekerheid vond plaats op dinsdag 30 mei 2023. Je kon jouw bijdrage over bestaanszekerheid ook op deze pagina plaatsen. Dit kon t/m 31 maart 2024.
De opbrengst van al die gesprekken en bijdragen/ reacties betrekken we bij het opstellen van de Omgevingsvisie Almere 2050.
Bekijk hier de video!
Deel 1
Deel 2
De bijeenkomst samengevat:
Als opening van de avond roept moderator Veerle Corstens de vraag op waar het publiek aan denkt bij het begrip “bestaanszekerheid”. ‘Dat je geen zorgen hebt over de dag van morgen,’ zegt de een. ‘Een huis of een thuis’, zegt een ander. ‘Een prettige omgeving’. ‘Vrede, saamhorigheid.’ Een informele peiling toont dat het overgrote deel van de bezoekers meent dat bestaanszekerheid samenhangt met materiele zaken als geld en een huis. Een enkeling beschouwt het als immaterieel begrip, dat draait om liefde en verbondenheid.
‘Hoe zorgen we ervoor dat bestaanszekerheid in 2050 goed geregeld is in Almere?’ Luidt Corstens de centrale vraag voor de avond in.
Omgevingspsycholoog Camilla Meijer vertelt over de samenhang tussen de fysieke inrichting van een wijk en de sociale structuren in die wijk. Pas als die sociale structuren er zijn en je kunt doordringen tot de haarvaten van de wijk, weet je wat er echt nodig is om de bestaanszekerheid van mensen te versterken, stelt ze. [Zie “inhoud podiumprogramma” voor een uitgebreider beschrijving.]
Aan de hand van stellingen delen bezoekers hun meningen en opvattingen over bestaanszekerheidsvragen.
De eerste stelling: Inwoners hebben zelf ook een verantwoordelijkheid in het vergroten van sociale saamhorigheid in de stad, kan onverdeeld op bijval rekenen. ‘Eens. Ik denk dat het vanuit de inwoners begint,’ stelt een van de bezoekers. ‘Ik ben het eens, maar misschien moet je mensen daarbij begeleiden,’ nuanceert een ander. ‘De meeste mensen kunnen echt wat: bakken, koken of een klein bouw- of herstelproject, maar niet iedereen heeft het zelfvertrouwen iets te organiseren, dus dat moet je stimuleren.’ Die inbreng kan op instemming van medebezoekers rekenen. ‘Deze stelling geldt voor een groep bewoners die niet dagelijks bezig is met overleven,’ vult een andere bezoeker aan. ‘En als mensen dat stadium [waarin ze niet meer bezig zijn met overleven, red.] bereikt hebben en ze iets willen doen, dan moet er niets tussen hen en de gemeente in staan. Dan moet je [als gemeente, red.] niet een hele business case van ze vragen. Laat het ze maar doen: soep maken of een bankje neerzetten in het park om daar te schaken.’
Bij de stelling Almere heeft meer ontmoetingsplekken in de buurt nodig schuiven veel bezoekers op naar het midden: niet eens, maar ook niet oneens. ‘Waar hebben we het precies over?’ Vraagt een bezoeker zich af. ‘Buurthuizen? Want die hebben we misschien wel genoeg.’ ‘Wie bepaalt wat genoeg is?’ Werpt een ander op. Hij geeft aan zelf genoeg ontmoetingsplekken tot zijn beschikking te hebben: parken, sportvelden. ‘Kijk om je heen,’ zegt iemand die het eens is met de stelling. ‘Er is een diversiteit aan mensen en dus ook een diversiteit aan behoeften als het om ontmoetingsplekken gaat. Denk aan mensen die slecht ter been zijn, of angstig.’ Ook een andere bezoeker vindt dat de gemeente meer ontmoetingsplekken nodig heeft: ‘In de nieuwe wijken, zoals Poort, waar ik woon, daar is echt niets. Niet eens een bar.’
Na twee filmpjes van Malu Keijzers en een column van Sem Krijn van Dijk [zie “inhoud podiumprogramma” voor een beschrijving van die bijdragen], staan er weer enkele stellingen op het programma:
De gemeente en de inwoners moeten elkaar weer vertrouwen, luidt de eerste. Die stuit op gemengde reacties. Bij navraag blijkt dat veel mensen die het niet eens zijn met de stelling, vooral vinden dat “moeten” hier niet gepast is. ‘Vertrouwen kun je alleen verdienen, dat kun je niet afdwingen,’ vat een bezoeker dat sentiment samen. Mensen die het eens zijn met de stelling, benoemen vooral de hoop dat het vertrouwen weer zal kunnen groeien. ‘Degenen die het vertrouwen echt hebben geschaad zijn niet de burgers, dat is echt de overheid,’ voegt een bezoeker daar aan toe.
Tot slot reageren bezoekers op de stelling: Een gevoel van veiligheid is belangrijk als mensen elkaar willen ontmoeten in de wijk. Daar kunnen de meeste bezoekers zich in vinden. ‘Ja, dat lijkt me wel,’ zegt een van hen. ‘Op straat bijvoorbeeld, of in clubs. Als LHBTI-er bijvoorbeeld ga je daar niet gauw naartoe als je je daar niet veilig voelt.’ ‘Eens, maar voor ontmoeting heb je niet alleen een ruimte nodig, maar ook veiligheid en mensen die het contact vergemakkelijken. Vooral mensen met minder bestaanszekerheid kunnen sociaal onzeker zijn en bang voor het oordeel van de ander.’ Een bezoeker die het niet eens is met de stelling geeft aan dat hij niet snel onveiligheid ervaart en dus overal komt.
In de rubriek bewonerszaken klimt bezoeker Frans Vrijmoed op de zeepkist om het belang van de vrijwilligersvergoeding te benoemen. ‘De maatschappij is zo ingericht dat we werk en inkomen moeten hebben om niet in allerlei onprettige regelingen belanden,’ zegt hij. ‘Als dat het uitgangspunt is, dan moeten we ook werk regelen dat aansluit bij wat mensen kunnen.’ Een vergoeding voor het vrijwilligerswerk dat mensen doen, kan een begin zijn om hun bestaanszekerheid te vergroten, stelt Vrijmoed. Die vergoeding hoeft de gemeente volgens hem niet aan iedereen te bieden, maar wel aan de mensen die aangeven dat ze het nodig hebben.
Inhoud podiumprogramma
Omgevingspsycholoog Camilla Meijer vertelt hoe sociale cohesie en buurtstructuren bijdragen aan bestaanszekerheid en sociale veiligheid. Om de leefbaarheid van kwetsbare wijken te verbeteren, is een integrale aanpak nodig, stelt Meijer. Daarbij kijk je zowel naar de fysieke als de sociale structuren in een wijk met behulp van de methodes Placemaking of Publieke waarden. Aan de hand van een casus licht Meijer toe hoe ze zoiets aanpakt. Rondlopen in een wijk, bewoners interviewen, maatschappelijke organisaties en bewonersinitiatieven bezoeken, in kaart brengen welke positieve initiatieven, plekken, mensen er zijn. En hoe die partijen, met ieder een eigen bereik, elkaar kunnen versterken en welke rol professionals daarbij kunnen spelen. In het laatste stadium brengt ze belanghebbenden samen in themagroepen die zelfstandig verder kunnen. Naar aanleiding van de vraag wat dit met bestaanszekerheid te maken heeft, antwoordt ze: ‘Alleen als je echt zicht hebt op wat er speelt in een wijk, kun je bestaanszekerheid creëren. Gaat het om armoedebestrijding? Een gratis supermarkt, of workshops Sterk met geld? Of is eenzaamheid een belangrijker thema en moet je daar iets aan doen?’
In een videoverslag neemt Malu Keijzers kijkers mee naar buurthuis De Ruimte. Bewoners die daar behoefte aan hebben, kunnen bij het buurthuis terecht voor tampons en maandverband. Opvallend: mensen zijn doorgaans geneigd slechts een of twee tampons of maandverbandjes mee te nemen, terwijl ze ook een heel pak mogen meenemen, vertelt de beheerder van het buurthuis.
Na een korte pauze houdt columnist Sem Krijn van Dijk een pleidooi voor het ‘vreedzaam temmen van de monsters van klimaatontwrichting en ongelijkheid’. Er is geen sprake van bestaanszekerheid op een onleefbare planeet, zegt die. Van Dijk noemt de kloof tussen burger en overheid kunstmatig en pleit voor het substantiëler betrekken van burgers bij bestuur, bijvoorbeeld door een bindend burgerberaad. Zo kunnen mensen zich verenigen tegen een systeem dat is gebaseerd op ongelijkheid en oneindige groei op een eindige planeet, aldus Van Dijk.
In een tweede filmpje neemt Malu Keijzers een kijkje bij Jinc, een organisatie die scholieren van 8-16 jaar in contact brengt met verschillende bedrijven in de buurt. Dit biedt in het bijzonder kinderen die van huis uit een kleiner netwerk een inkijkje in de maatschappij en de rollen die ze daar later zouden kunnen vervullen.
Bijdragen bezoekers – bestaanszekerheid
[Noot: bezoekers werden gevraagd kaartjes te schrijven voor de suggestiebox nadat ze het filmpje van Malu Keijzers over het menstruatie-uitgiftepunt (MUP) keken, waarin werd gemeld dat veel potentiële gebruikers geen weet hebben van het uitgiftepunt. Veel suggesties gaan over het vergroten van de bekendheid van het MUP.]
- Stadhuis aan huis rubriek “goed om te weten” of zo. Daarin heldere tekst over nu in dit geval menstruatiemiddelen. (Ook in bijv. Engels voor mensen die geen Nederlands kunnen lezen.)
- Maandverbandartikelen op scholen. Buurthuizen zijn niet de plekken waar jongeren komen. Verzorgingsartikelen als maandverband bij voedselpunten.
- Worden de MUP-punten breed bekend gemaakt? Zowel via middelbare scholen als via de zorgcentra?
- Gemeente verstrekt pasjes voor mensen met een inkomen 120 % v.h. minimuminkomen, waarmee men menstruatieproducten gratis kan afhalen op bepaalde uitgiftepunten.
- Mannen belasting
- Laat meiden/docenten op de voortgezet onderwijslocaties het weten. Als ze een mail krijgen over halen van rooster bijv. gewoon zinnetje aan wijden dat menstruatiemiddelen gratis kunnen. (met lijstje uitgiftepunten of emailadres)
Een suggestie gaat over het organiseren van inspraak:
- Houd dit soort bijeenkomsten in de wijken, laagdrempelig, zodat je meer direct met de burger in gesprek gaat.
